Bontgekleurde blaadjes in warme kleuren,
Kille koude klaterende regen- en windvlagen.
Van vochtigheid doordrenkte geuren.
Vormen die vervagen. Steeds dikkere lagen dragen.
Dwarrelende bladeren, kale kruinen.
Verlaten stranden en duinen,
gesloten deuren en ramen,
struiken met de laatste bramen,
vallende kastanjes en walnoten,
vruchten waarvan we steeds weer genoten.
Elk jaar vliegt de zomer voorbij,
zie ik de kleine mooie momenten van het najaar,
blijf toch ook verzuchten "ik was nog niet klaar"
en hoop dat de zomer eens langer duren zal,
voel me weer in een dieper dal,
kruip in de zetel in 'n dikke trui en met 'n warme deken.
De zeldzame zonnewarmte is weer geweken,
de herfst is neergestreken en rolt een loper van rode bladeren uit
waarop de winter weer waanzinnig snel een intrede zal maken,
maar eerst loopt er nog een heilig man over de daken
en daarvoor komen de griezels nog eens uit hun graf.
Mensen leven 'n heel jaar door toch supermaf.
De periode met lichtjes en lampions
geeft de zomerwezens de bons.
Alles heeft zo zijn goede kanten, maar ook mindere:
de insecten zullen we niet missen, vooral de muggen niet,
want die doen toch niets als hinderen.
Herfst is toch 'n periode die ik associeer met duisternis en verdriet.
'k Kan er niet omheen,
weet dat ik in mijn hart weer onzichtbare tranen ween.
De hemel treurt met me mee.
Samen creƫren we een zilte zee.
Een eigen zee, een eenzaam strand waar ik eens kan uitwaaien,
het verlangen om de tijd terug te draaien,
de wereld eens anders te laten tollen
en wat stenen om te rollen,
ze op te blinken, bij te slijpen en zonder iets te zeggen
ergens anders weer terug te leggen.
Het hart vol vurigheid droogt de zilte zee.
De herfstbries dimt de vlammen en ik zet me gedwee,
adem de vochtige zuurstof in en uit.
Aardsheid die me omsluit.
Het houten hekwerk, nat achter het raam.
De hemel ergens ver weg, verscholen.
Mijn ziel hier aan 't dolen.
Muziek die me kan bekoren.
Toch een beetje de hemel horen
zonder gedonder,
als was 't een wonder.
Toch verderzoekend naar zin.
Zin in het leven, levenszin, zin in
zoveel dingen die het leven maken
tot meer dan alleen maar seizoenen.
Onszelf als een steentje opboenen.
De ruwe innerlijke diamant 'n beetje bijslijpen.
Woorden en zinnen vloeien,
gedachten bloeien,
zijn niet te vatten,
maar bevatten
zoveel meer ...
Keer op keer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten